Sinds ca. 1970 ben ik geïnteresseerd in poppenhuizen. Ik zag toen voor het eerst het uit de 18e
eeuw daterende pronkpoppenhuis van Sara Rothé in het Frans Halsmuseum in Haarlem.
Vanaf dat moment wilde ik ook zo'n poppenhuis inrichten, maar dan met poppengoed uit de 20e eeuw. Dit
plan is om verschillende redenen nog niet verwezenlijkt.
Ik ben boeken over poppenhuizen gaan verzamelen. Niet alleen over de geschiedenis van poppenhuizen,
maar bijvoorbeeld ook kinderboeken waarin een poppenhuis een belangrijke rol
speelt en pop-up boeken.
|
|
|
Vanwege mijn grote belangstelling voor poppenhuizen heb ik in 1998 voor het Westfries
Museum in Hoorn een poppenhuistentoonstelling georganiseerd. Tijdens de
voorbereiding van deze tentoonstelling heb ik ontdekt dat er vroeger in
een paar Nederlandse speelgoedfabrieken kinderpoppenhuizen en speelgoedwinkeltjes
gemaakt zijn. Vanaf dat moment ben ik deze poppenhuizen en speelgoedwinkeltjes
van Nederlands fabrikaat gaan verzamelen
en, van het een kwam het ander, ben ik ook andere poppenhuizen, naoorlogse
poppenhuizen, gaan verzamelen.
|
 |
Mijn grootste belangstelling
gaat uit naar poppengoed uit de jaren 40, 50, 60 en 70. In de loop van
de jaren vijftig werd voor de fabricage van speelgoed het nieuwe materiaal
plastic geïntroduceerd. Het vroege breekbare plastic
poppengoed oefent op mij een zekere aantrekkingskracht uit. En
als je eenmaal begonnen bent met verzamelen, dan lijkt er wel nooit een
eind aan te willen komen. Ik heb dan ook nog steeds het nodige op mijn
verlanglijstje staan. |