|
Zomer 2004 organiseerde
het Veluws Museum Nairac te Barneveld, een tentoonstelling over poppenhuizen
uit de periode 1880 – 1980.
De tentoongestelde poppenhuizen waren afkomstig uit twee particuliere
collecties.
De oudere poppenhuizen van
ca. 1880 tot 1940 waren afkomstig uit de collectie van Femmie Markestein,
de jongere poppenhuizen van ca. 1940 tot 1980 waren afkomstig uit de collectie
van Karin Wester.
Bij elkaar gaven de miniatuurhuizen
een overzicht van honderd jaar wooncultuur en technische ontwikkelingen.
Behalve het hart van de tentoonstelling, de twee particuliere collecties,
waren er enkele aanvullingen in de vorm van bijv. de prachtige ADO-poppenkamer
uit 1925 in de stijl van De Stijl (denk aan Rietveld-meubels) en een pronkpoppenkeuken
uit de collectie van het Haags Historisch Museum.
Ontwikkeling wooncultuur
De interieurs van de poppenhuizen weerspiegelden de wooncultuur van de
families waarin zij hun bestaan begonnen. Enkele voorbeelden: een renteniershuis
uit 1880 met in de huiskamer een etagère met bibelots, een Biedermeier
naaitafel en een Friese staartklok, een villa uit 1928 met de grammofoon
in een kastje en een Hoover stofzuiger en het naoorlogse huis waarin een
woonkamer met zit- en eethoek en een wandmeubel en voor ieder kind een
eigen kamer.
De technische evolutie die de huishoudens in de afgelopen honderd jaar
hebben doorgemaakt werden vooral zichtbaar in de keuken. Van kolengestookt
fornuis onder de schouw tot Amerikaanse inbouwkeuken met electrische kookplaat
van het merk Bauknecht.
Kinderpoppenhuizen
De tentoonstelling beperkte zich tot kinderpoppenhuizen.
In pronkpoppenhuizen
zijn alle voorwerpjes op schaal en net echt nagemaakt. Pronkpoppenhuizen
zijn niet bedoeld als speelgoed voor kinderen.
In de kinderpoppenhuizen klopt de schaal vaak niet helemaal en zijn er
wel meer dingen die niet helemaal stroken met de werkelijkheid. Kortom,
in kinderpoppenhuizen wordt alleen een illusie geschapen, een fantasiewereld
voor het kind.
Dat maakte de tentoongestelde poppenhuizen ook zo charmant.
En verder
Behalve de poppenhuizen, -winkels en –kamers waren er op de expositie
ook ‘echte’ meubels en huishoudelijke apparaten te zien, die markante
momenten tonen in de geschiedenis van de Nederlandse wooncultuur. De tentoonstelling
werd verder uitgebreid met schilderijen waarop speelgoed staat afgebeeld
en met prenten- en pop-up boeken over poppenhuizen en losse voorbeelden
van kostbare poppenhuismeubeltjes.
Boek / Catalogus
De getoonde huizen, winkeltjes en keukens zijn vrijwel allemaal terug
te vinden in het bij de tentoonstelling uitgebrachte boekje:
"Poppenhuizen 1880 - 1980", Een wereld van illusie.
De huizen en winkeltjes worden er uitvoerig in beschreven. Nieuw is de
aandacht voor de in Nederland geproduceerde huizen en winkeltjes. Uitvoerig wordt
ingegaan op de Nederlandse fabrikanten die zich bezighielden met de productie
van dit meisjesspeelgoed.
foto's van de tentoonstelling | print
|